vol liefde leven

Over levensvisie, levensvragen en spiritualiteit

“Labels zijn voor blikjes, niet voor mensen”

Dinsdag 18 augustus 2015

Kort na mijn revalidatieperiode ten gevolge van mijn herseninfarcten, was ik in de supermarkt. Op een rustige tijd, dat had ik al geleerd, niet de drukte opzoeken. Ondanks het rustige tijdstip was boodschappen doen voor mij geen gemakkelijke klus. Nu gaat het gelukkig wat beter, maar toen voelde het echt als topsport. Er zijn daar teveel prikkels, verpakkingen in alle kleuren, schappen vol. En ik moet ernaar kijken, anders vind ik mijn boodschappen niet. Reclameborden. Skeelerende kinderen die langs me heen zoeven. Met mijn ogen de schappen langs en halverwege de rij ben ik weer vergeten wat ik aan het zoeken was. Boodschappenbriefje erbij. O ja. Waar was ik nou gebleven, ik begin maar weer links bovenaan. Halverwege de rij weer vergeten wat ik zocht. Boodschappenbriefje. De rij in het schap opnieuw langs. En zo het hele lijstje langs. Poe hee. Moe en duizelig ben ik van alle prikkels, van de al geleverde inspanning. Mijn concentratievermogen was ver te zoeken.

Dan naar de kassa. Alles op de band zetten, netjes, niks laten vallen. Ik houd alles met twee handen vast, mijn linkerhand heeft er geen zin meer in. Dus gaat het traag. En ik weet het, ik voel het. De caissière vraagt of ik een lege flessenbon heb. Die heb ik niet, maar met mijn minimale concentratievermogen weet ik niet meer wat ik aan het doen ben. Verdwaasd kijk ik rond. En dan zie ik het. Een hele rij wachtende mensen achter me. Boos, ongeduldig, geïrriteerd. Een paar mensen manen me tot opschieten. Waarmee? O ja. Boodschappen op de band zetten. Dan afrekenen en ondertussen de boodschappen weer in de tas. Rekenen met contant geld gaat me nu niet meer lukken. Pinnen dan maar, goed opletten. Ik strompel de winkel uit. Boodschappen op de scootmobiel. Ik ga even zitten en haal een paar keer diep adem. Nu nog veilig zien thuis te komen…

De mensen in de supermarkt zien natuurlijk niets van het bovenstaande verhaal. Dat speelt zich immers in mijn hoofd af. Zij moeten nog een kind ophalen, op tijd op hun werk komen of iets anders dringends. Dan staat daar iemand, ogenschijnlijk normaal en gezond, tergend langzaam haar boodschappen op de band te zetten. Ik begrijp hen. Maar ik voelde me die eerste keer in de winkel heel verdrietig. Onbegrepen. Die eerste keren in de supermarkt ging ik daarom aan mensen uitleggen wat er met mij aan de hand was. Sommigen toonden begrip en dat was fijn, anderen niet. Dan voelde ik me klein en minderwaardig, soms zelfs alsof ik geen recht had om in de winkel te zijn. Plus ik blééf aan het uitleggen, de keer erop waren er immers weer andere mensen in de supermarkt. Ik stelde mezelf ook de vraag of ik me wel moest verantwoorden. Ik kon er toch ook niks aan doen? Ik werd boos. Boos op het onbegrip, op de vooroordelen. De kortzichtigheid. Op lange termijn was die boosheid niet meer helpend. Want wie had er last van? Juist, ik zelf. Ik leerde toen mezelf af te sluiten voor negatieve reacties, waar ik toch niets aan kan veranderen. Ik denk nu dat het best jammer is dat mensen zo denken, met name voor zichzelf. Zij maken zich boos en zij hebben daar last van. Net als ik destijds van mijn boosheid. Door schade en schande wijs kan ik nu met compassie kijken. Pas nu zie ik, dat er ook mensen in de rij bij de kassa staan, die rustig wachten, vriendelijk glimlachend. Zij oordelen niet. Pas nu zie ik, dat ik, door mijn eigen verdriet en later mijn eigen boosheid, ook oordeelde. Ik zag niet dat er ook mensen waren die me niet veroordeelden. In mijn optiek oordeelden ze allemaal…

Ik moet opeens terugdenken aan een andere situatie in een supermarkt. Mijn oudste zoon was bijna twee jaar. Eerder die week was de diagnose gesteld ‘stoornis in het autistisch spectrum’, maar ik had nog geen flauw idee wat dat inhield en al helemaal niet hoe ermee om te gaan.
Ik maakte de fout om op zaterdagochtend, midden in de drukte, samen met hem boodschappen te doen. Kind in het zitje van de winkelwagen, kratje bier op de krathouder eronder. Maar het arme kind kon de veelheid van de prikkels in de winkel niet aan en flipte. Krijsen, wild bewegen met armpjes en beentjes, kratje bier op de grond. Dat gaf me een herrie, dat kwam ruimschoots boven de winkeldrukte uit, trok de aandacht natuurlijk. Nou, dat heb ik geweten. Uit ervaring had ik al geleerd dat het enige wat dan nog hielp was, het kind dicht tegen me aanhouden, het liefst onder mijn jas om zo visuele en auditieve prikkels voor hem te verminderen. Vooral zelf rustig blijven, rustig tegen hem blijven praten. Dit gedrag maakte de situatie voor veel omstanders nog erger, het commentaar was niet van de lucht. Wat een onopgevoed kind, als het er één van mij was dan…. Ik was een waardeloze moeder. Mijn kind, waar zichtbaar niets mee aan de hand was, schopte zomaar een kratje bier van de boodschappenwagen en ik ging hem troosten! Of ik gek was geworden, was een andere reactie. Een meneer vond echt dat mijn kind een pak slaag had verdiend. Ik schaamde me, voelde me verdrietig en boos. Ik weet niet meer in welke volgorde, maar al deze gevoelens waren er, in alle heftigheid. En voor mijn kindje werd het zo zeker niet beter. Ik heb het opgebracht rustig, doch luid en duidelijk te zeggen dat er aan mijn kindje ogenschijnlijk niets mankeert, maar dat zaken in zijn hoofdje wel degelijk anders werken. Hij heeft autisme, maar dat zit in zijn bolletje en het staat nou eenmaal niet met neonletters op zijn voorhoofd. Sorry. Of ik er nu even langs mag. Want mijn kind heeft rust nodig en dat lukt zo niet. Dank u.

Ik besef dat deze levensles mij later heeft geholpen om mijn eigen beperking sneller te verwerken en te accepteren. Onder andere daarom vind ik, dat ik twee cadeautjes heb in plaats van twee kinderen met een beperking. Een mens ìs immers geen beperking, maar hééft een beperking, maar zoveel meer, kwaliteiten bijvoorbeeld.

Kort geleden zag ik een reclame van Coca Cola op facebook. Men lichtte een paar situaties uit waarin mensen al meteen met een oordeel kwamen, zonder de achtergrond te kennen. Daarna kwam de tekst in beeld: “Labels zijn voor blikjes, niet voor mensen”. Mooi hoe de reclamewereld niet alleen producten aanprijst, maar ook een norm versterkt.

Labels, soms helpen ze, soms zijn ze pijnlijk, soms nodig voor een indicatie, maar soms krijg je ongevraagd het verkeerde label opgeplakt. Zijn ze wel nodig? Of kunnen we ook naar de mens achter dat label kijken? Naar de mogelijkheden kijken voorbij de beperkingen? Ieder mens heeft toch zijn sterke en zijn zwakke kanten? Zijn het niet juist die twee sámen, die ieder mens zo uniek maken en daarom zo waardevol?

Oordelen, we doen het allemaal weleens. Ik tenminste wel. Soms per ongeluk. Maar ik heb vooral geleerd, dat ik er een ander èn mezelf pijn of verdriet mee doe. En dat wil ik niet. Want oordelen doe je vaak vanuit je eigen emoties. Het zegt dus niets over die ander. Zonder die oordelen zou de wereld vriendelijker en mooier kleuren, denk ik. Daarvan wil ik me graag bewust blijven.


3 comments

  1. Linda Foolen

    Door jezelf bewust te zijn van je oordelen en bewust verder te kijken kun je de mooie dingen in het leven gaan zien, er van genieten en er je levenslessen uit halen. Je kunt soms versteld raken wat je ontdekt als je zonder oordelen je hart opent voor anderen. Ieder mens is mooi en uniek op zijn/haar eigen manier. Prachtig geschreven Jolanda.

Leave a Reply

Your email address will not be published.